• Katstraat 15 - 9340 Lede
  • (+32) (0)499 24 54 36
  • info@bijeva.be
  • Bank: IBAN BE55 0015 0850 9644 - BIC GEBABEBB       KBO 0885.644.048 - RPR Dendermonde

Bijzondere inschakeling Jeugdhulp Vrijetijdsaanbod

WAT IS EIGENLIJK ARMOEDE EN HOE ZIET DE ARMOEDE ERUIT IN BELGIË?

Armoededefinitie van de Europese Unie: "Armoede is een situatie waarin sprake is van onvoldoende materiële, culturele en sociale middelen, waardoor mensen zijn uitgesloten van een levensstandaard die in de samenleving waarin men woont als minimaal wordt gezien.".
In mensentaal is armoede het niet (meer) zelfstandig en structureel in staat zijn te kopen of te doen wat gangbaar is in de samenleving op het gebied van wonen, voeding, kleding, ontspanning en vakantie.
Je kunt je aandacht richten op een te laag inkomen. Je kunt je focussen op voedselbedelingen, OCMW-hulp, schuldproblemen, wachtlijsten bij sociale woningen. Of je kunt het hebben over beperking van zelfredzaamheid, participatie en niet meer meedoen in de maatschappij. Toch hebben al die definities één iets gemeen: ze wijzen allemaal op een leefsituatie met een ernstig tekort. Een tekort om iedere dag een warme maaltijd klaar te maken, een tekort om de huur of courante rekeningen te betalen, een tekort om de woning degelijk te verwarmen, een tekort om onverwachte uitgaven te doen, een tekort om zich een eigen wagen aan te schaffen, een tekort om een weekje per jaar op vakantie te gaan, een tekort om regelmatig toegang te hebben tot vrijetijdsactiviteiten buitenshuis, een tekort om zich nog maar één iets extra's te veroorloven. Waar je ook naar kijkt, één ding is zeker: armoede bestaat, en het gaat om veel meer dan een financiële krapte.

Samenspel van omstandigheden of factoren
Een leefsituatie met ernstige tekorten is in werkelijkheid dan ook een samenspel van omstandigheden of factoren ontstaan vanuit persoonlijke, maatschappelijke en sociaal-economische achtergronden. Omstandigheden of factoren werkzaam op verschillende niveaus (het gezin, de directe omgeving van het gezin inclusief de familie en de buurt, en de ruimere maatschappelijke omgeving) en op een verschillende schaal (de omvang, de duur en de mate van beperkende omstandigheden). Die elkaar bovendien kunnen versterken en waarbij het vaak moeilijk is uit te maken wat oorzaak en gevolg is.
Uit het voorafgaande wordt duidelijk dat zo'n leefsituatie niet alleen een financiële, maar ook een sociale en een culturele dimensie heeft. Met andere woorden: je komt niet alleen in de armoede terecht als je te weinig geld hebt, maar vooral ook als dat betekent dat je niet mee kunt doen in de maatschappij. Dat je in een sociaal isolement komt, dat je je kinderen niet aan allerlei dingen mee kunt laten doen, dat je je schaamt voor het feit dat je bijna niets hebt en dus maar liever thuis blijft en dat je ook niet meer ziet hoe je eruit kunt komen.

Armoedegrenzen
In de EU-SILC-enquête (Statistics on Income and Living Conditions (dé referentiebron) worden volgende graadmeterrs gebruikt voor het inschatten van - het risico op - armoede:
- Inkomensarmoede meet of iemand onder een bepaalde inkomensgrens valt. In Europa ligt die grens op 60 procent van het mediane inkomen van een land. Ze nemen de mediaan van alle inkomens, dus niet het gemiddelde maar het middelste van alle inkommens en 60% daarvan is de armoedegrens.De meest recente cijfers van 2013 geven aan dat die voor België ligt op 1.074 euro netto per maand voor een alleenstaande, of 2.256 euro voor een gezin met twee volwassenen en twee kinderen. Het nadeel van deze methode: ook in het rijke Monaco zijn mensen die minder dan 60% verdienen van het Monegaskische mediaaninkomen. Sterker nog, als iedereen in de onderste helft van de inkomensschaal 1 euro per maand verdient, is er volgens deze berekeningsmethode geen armoede (hoe armer de bevolking hoe minder armen er zijn).
- Het zich moeten ontzeggen van iets nodigs of aangenaams om fatsoenlijk te leven (materiële deprivatie). Een indicator die aangeeft het deel van de bevolking dat volgens de EU-SILC-cijfers aan vier of meer op een totaal van negen criteria van fatsoenlijk leven niet kan voldoen. Het gaat om mensen die niet in staat zijn huur of courante rekeningen te betalen, hun woning degelijk te verwarmen, onverwachte uitgaven te doen, om de 2 dagen vlees, vis of een proteïnerijk alternatief te eten, een weekje vakantie per jaar te nemen buiten hun huis, zich een eigen wagen aan te schaffen, zich een wasmachine aan te schaffen, zich een kleurentelevisie aan te schaffen, een mlobiele telefoon aan te schaffen. Vorig jaar (2013) ging het om 5,1 procent van de bevolking.
- Europa heeft nog een derde graadmeter, die van een lage werkintensiteit. Het gaat om mensen die niet of heel weinig werken. Wie op een heel werkjaar minder dan afgerond 2,5 maanden heeft gewerkt valt in deze categorie. In 2013 had 14 procent van de Belgen amper of geen job.
- Tot slot peilt de EU-SILC-enquête ook naar de 'subjectieve' armoede. Een term die aantoont wat de eigen inschatting is van de ondervraagden. In 2013 vond 20,9 procent van de bevolking dat het steeds moeilijker wordt om de touwtjes aan mekaar te knopen. Het socio‐vitaal minimum!

Als armoede je raakt
Maar er is een alternatief. Wie kijkt naar de indirecte indicatoren ziet een groeiende kloof tussen de officiële Europese cijfers en wat men aanvoelt op het terrein.
De mensen achter de cijfers 2013:
Kinderarmoede 11,2%, 98.776 Belgen moeten rondkomen met een leefloon, 27.554 is het aantal budgetmeters in Vlaanderen, 9,25% kreeg een ingebrekestelling voor electriciteit en aardgas door zijn of haar leverancier, 17.671 dossiers van schuldbemiddeling, 182.302 achterstallige kredietovereenkomsten, 10,46% wanbetalingspercentage bij verkoop op afbetaling en 9,5 miljoen euro aan openstaande schoolrekeningen in schooljaar 2012-2013.

 Het leven voor mensen in armoede verbetert niet. De levenskost blijft stijgen. De financiële druk op de gezinnen blijft toenemen. 
 Wie moet leven van een uitkering of van één inkomen heeft het zeer moeilijk. Meer zelfs, ook de laagste middenklasse wordt getroffen. 
 Bron: Decenniumdoelen 2017, een samenwerkingsverband van 12 organisaties en sociale bewegingen die de leefsituatie van mensen in
 armoede structureel willen verbeteren, zevende Armoedebarometer - 25 september 2014

De regel die de regels bepaalt
De efficiëntie en effectiviteit van beleidsplannen - hoewel op papier erg sociaal - wordt in de praktijk van de uitvoerende instanties aangetast door stigmatisering (onbedoeld of verborgen), te veel regels, niet (tijdig) verstrekken van informatie, misschien wel optimale maar geen maximale dienstverlening en uitzonderingen en kwijtscheldingen en terugvorderingen.
Maar misschien zijn de beleidsmensen iets te slim in het vinden van fraaie concepten die niet overeenstemmen met de manier waarop mensen in werkelijkheid hun (eigen) omgeving zien.
Van de manier waarop de leiding en dienstverlening zich gedraagt - hun uitspraken en hun handelingen - en van de manier waarop cliënten de geschreven regels die zij uitvaardigen of handhaven interpreteren, komen verborgen regels. Het belang van de verborgen regels is niet de erkenning van hun bestaan en evenmin het benoemen ervan. Hun belang is er rekening mee houden omdat ze wezenlijk inzicht verschaffen in hoe men deze groepen kan bereiken en hoe men dingen gedaan kan krijgen.
Verontwaardigd zijn over het verschil tussen wat ‘is’, en wat ‘zou moeten’, tussen de bestaande toestand enerzijds, en de eisen van rechtvaardigheid anderzijds. Aangegrepen zijn door verukking en verbijstering in een menswaardige samenleving..

VERTREKKEN VANUIT DE WERKELIJKHEID, VERTROUWEN WINNEN EN BEHOUDEN IS DE UITDAGING

Een citaat uit het Mattheüs-evangelie luidt: “Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen.” Daarin komt tot uitdrukking dat bepaalde kwetsbare groepen als het ware dubbel worden gepakt. Zij krijgen minder zorg van de overheid en zijn ook niet in staat om informele zorg te organiseren.

We willen in de concreet geleefde en beleefde armoedesituatie van gezinnen genuanceerd blijven bijdragen aan de mogelijkheden om de eigen situatie in de mate van het mogelijke zelf in handen te nemen en te houden. Want doen, dat doe je zelf! We stellen de doelgroepen (leefloongerechtigden, mensen met schulden, werklozen, groepen die onder de armoedegrens vallen zoals kleine zelfstandigen, werkende armen ...) centraal door het “vertrekken vanuit de leefwereld en het perspectief van kinderen en hun ouders in armoede”. Meer werken vanuit de zelfregie van mensen, uitgaan van hun wensen en mogelijkheden. Ons aanbod wordt uitgebouwd vanuit inzicht, vaardigheden en kennis nodig om begrip te hebben voor mensen, naar hen te luisteren, te motiveren en concreet te helpen bij een aantal zaken. We focussen vooral op wat door kinderen en ouders die in armoede leven herkend wordt als wenselijk, betekenis- en waardevol in ons aanbod. Hierbij hebben wij specifieke aandacht voor beschikbaarheid*, bruikbaarheid* en begrijpbaarheid* die vorm krijgen in de relatie tussen ons aanbod en de kinderen en ouders waar het over gaat. Uiteraard moet tegelijk ons aanbod bereikbaar* en betaalbaar* zijn!       *, hieronder "beschikbaarheid*, bruikbaarheid*, begrijpbaarheid*, bereikbaar* en betaalbaar*"

Mensen die in armoede leven kunnen een armoedesituatie op heel verschillende manieren beleven. De armoedecontext (het eigen levensverhaal), de duur van de periode dat en de levensfase waarin een mens met armoede geconfronteerd wordt zijn niet voor iedereen gelijk. Zo kan een onderscheid gemaakt worden tussen:
- armoede door een duidelijk aan te wijzen gebeurtenis (zoals inkomensverlies) of af te bakenen periode;
- armoede die een lange tijd voortduurt omdat het een opeenstapeling betreft van verschillende langdurige problematische onvoorspelbare
  leefomstandigheden en gebeurtenissen;
- herhaaldelijke overgangen in en uit armoede.
Er zijn dus verschillen in de ervaring van 'armoede' en in het hanteren van de armoedesituatie. De wijze waarop mensen zich ontwikkelen in relatie tot 'armoede' zijn dan ook verschillend. Ook al is de overlevingskracht van mensen die in armoede leven groot, leven en opgroeien in een armoedesituatie drukt op indringende negatieve wijze zijn stempel op de door kinderen en hun ouders ervaren realiteit. Er wordt algemeen aangenomen dat een armoedesituatie belangrijke negatieve implicaties heeft voor het vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven (het fysieke, sociale en mentale welzijn).

Beschikbaarheid wijst op de mogelijkheid beroep te doen op een aanbod van ons zonder voorafgaande (toelatings)vereisten.
Bruikbaarheid houdt in dat deelnemen aan het aanbod concreet iets veranderd en dat deze verandering als betekenis- en waardevol gezien wordt.
Begrijpbaarheid houdt in dat het aanbod moet bijdragen aan de mogelijkheden om de eigen situatie in de mate van het mogelijke zelf in handen te nemen en te houden.
Bereikbaar verwijst naar de mogelijkheid een aanbod te kennen en te bereiken (reisafstand, kosten van openbaar vervoer en dergelijke zaken).
Betaalbaar houdt in dat de deelname bijdrage voor de ouders laagdrempelig is.

Redenen voor armoede volgens de kinderen

Er is thuis weinig geld omdat:
- vader, moeder of beiden geen werk hebben;
- ouder(s) schulden hebben;
- de ouders gescheiden zijn en alimentatie niet betaald wordt;
- vader, moeder, broertje(s) en/of zusje(s) ziek zijn;
- het bedrijf van (een van) de ouders failliet is gegaan door de crisis.

Armoedesituatie van de kinderen - Betekenis van armoede voor kinderenen en de negatieve impact van armoede

Veel kinderen en jongeren vinden het erg dat zij zich in een armoedesituatie bevinden en maken zich zorgen om zaken, die voor Vlaamse kinderen vanzelfsprekend zouden moeten zijn: is er voldoende gezond eten in huis, zal water of licht afgesloten worden omdat de rekening niet betaald was, staat de verwarming aan, is er goede kleding en schoeisel?
Ook schamen kinderen zich voor hun situatie: geen vriendjes mee naar huis durven nemen om te spelen, bang dat zij zullen zien hoe de situatie thuis is. Ook worden deze kinderen vaker gepest op school omdat ze in tweedehands of merkloze kleding rondlopen. Zij missen vooral het uitoefenen van hobby’s en de uitstapjes. In het sociaal mee doen horen zij dikwijls niet erbij. Kinderen gaan op hun eigen manier om met armoede: het ruilen van kleding, statiegeldflessen verzamelen, klusjes doen.

Armoede gaat gepaard met een belaste ontwikkeling bij kinderen op de domeinen van fysieke gezondheid, individuele ontwikkeling en met verhoogde kans op het ontstaan van sociale, emotionele en gedragsproblemen.

Ervaren armoede vanuit het perspectief van het kind

Kinderen worden binnen en buiten het gezin met hun armoede geconfronteerd. Ieder kind gaat daar anders mee om. De beleving van persoonlijke gevolgen in de armoedesituatie zal sterker zijn als een jongere het gevoel heeft dat hij of zij de enige is die met dit probleem te maken heeft. Als er veel kinderen in de omgeving zijn die ook te maken hebben met armoede, kan dit betekenen dat men zich minder eenzaam voelt, er minder grote materiële verschillen zijn of dat de eisen om sociaal mee te kunnen doen minder hoog zijn.

Hoe merken kinderen dat er thuis weinig geld is en wat is er anders dan bij andere kinderen thuis

Kinderen merken het meest dat er weinig geld is doordat ze minder of geen leuke dingen kunnen doen, zoals een sport of hobby beoefenen die ze graag zouden willen doen of het ondernemen van een leuke uitstap of naar familie kunnen gaan of een verjaardag vieren. Daarnaast is het altijd dragen van tweedehands kleding en schoenen en nooit nieuwe kunnen kopen een punt. Weinig en/of goedkoop eten en drinken aankopen. Zuinig zijn, sparen, niet zomaar iets kopen. Kinderen zien bij anderen dat zij in een groter/moderner, beter onderhouden huis wonen, de nieuwste (merk)kleding en apparatuur hebben. Ze zien bij vrienden dat er meer variatie is in eten, dat zij wel genoeg eten in huis hebben en dat er meer keuze is. Doordat zij zien dat anderen het beter hebben, merken ze ook dat ze zelf arm zijn. De jongeren vinden het lastig verhalen te horen van kinderen die alle leuke dingen wel kunnen doen en te zien dat zij veel duurdere spullen hebben. Tot slot brengt het bij de jongeren negatieve gevoelens naar boven, doordat zij spanningen in het gezin ervaren (ouders zijn gestrest, verdrietig of maken ruzie door de situatie) en een gevoel van vrijheid missen: ‘Rondkomen met weinig geld vergt in zijn algemeenheid veel planning. Bij alles wat kinderen en hun ouders doen moet worden nagedacht. Dit kan van tijd tot tijd behoorlijk vermoeiend zijn’.

Betekenis van armoede voor ouders en de negatieve impact van armoede

Ze koesteren als iedereen dezelfde hoop op een gezinsleven, op werk, op een huis, een thuis ...

Mensen die anders (moeten) leven. Hun situatie en hun keuzes waar zij alleen mee leven en verborgen willen houden. Want de hand moeten uitsteken, moeten rondkomen met een te kleine portemonnee, in collectieve schuldbemiddeling zitten, te horen krijgen "zij kunnen het weer niet zelf", de ervaring hebben weinig invloed op de situatie te kunnen uitoefenen, sociale controle en dikwijls niet erbij horen schept psychische gevolgen: onmacht, hulpeloosheid, inactiviteit, angst, wanhoop, wantrouwen, schaamte, laag zelfbeeld, vermijdingsgedrag, overlevingsgedrag, sociaal onaangepast gedrag, moedeloosheid, eet- en slaapstoornissen, stress, eenzaamheid, depressie, manie, schizofrenie, vijandigheid naar instanties toe, afhankelijkheid, sociale ongelijkheid, sociaal isolement, verergering, berusting in de situatie, relatieproblemen, psychosomatische klachten en ongelukkig zijn.
De ouder(s) waar het over gaat heeft (hebben) met bepaalde moeilijke, pijnlijke, confronterende situaties en allerlei problemen door elkaar te maken:
- financiële problemen;
- niet goed kunnen realiseren van de opvoeding of van de ouder-kind relatie;
- partnerconflicten;
- slechte relaties met familieleden en verwanten;
- mishandeling;
- langdurig stress moeten hanteren ... .
Hun reacties op chronische stress zijn:
- voortdurend alert zijn;
- emotioneel reageren;
- reageren op eisen vanuit de omgeving i.p.v. geleid worden eigen doelen;
- zich laten leiden door korte termijn doelen.

Factoren die bijdragen tot het verzeilen in een armoedesituatie en de gevolgen ervan versterken elkaar over de levensloop heen. Zij zitten vast en kijken naar niets anders meer dan hun problemen. Die problemen gaan zo overheersen dat de pijn, het verdriet hun zelfvertrouwen, hun veerkracht erg aantast en hun energie weg neemt. Mensen kunnen eenzelfde armoedesituatie op heel verschillende manieren beleven. Heel vaak zie je dat zij niet ingaan op goede raad, op voorstellen om eruit, er bovenop te geraken. De oplossing die een ander vanuit zijn/haar denkkader haalbaar vindt, is daarom niet haalbaar voor hen. Wat een ander vanuit zijn/haar denkkader vindt dat het meest dringende probleem is, is het daarom nog niet voor hen.

Leren is vooral een proces van vallen en opstaan en doen dat doe je zelf! Wat telt is: die mensen op verhaal laten komen, mee met hen naar keuzemogelijkheden voor oplossingen zoeken, hen voor- en nadelen van elke keuze op een rijtje zetten, hen telkens opnieuw kansen bieden, bij hun blijven staan (zeker als de tocht al eens te zwaar of te lang wordt) en hen blijven bijstaan.

Vooroordelen over "ARMOEDE"

Armoede is altijd eigen schuld, dikke bult!
01. Armoede bestaat niet in Vlaanderen.
02. Moet je maar gaan werken, er is werk zat.
03. Alleen in 3e wereldlanden is armoede. en komen mensen om van de honger.
04. Had je niet zoveel moeten lenen, zo luxe moeten leven.
05. Mensen in armoede hebben wel de nieuwste tv, i-pod, auto, enz.
06. Mensen in armoede hebben geen mobiele telefoon, tv of internet nodig.
07. Mensen in armoede moeten maar niet met vakantie gaan.
08. Leefloongerechtigden krijgen honderden euro’s extra toelagen van de gemeente.
09. Mensen in armoede moeten niet zo zeuren.
10. Mensen in armoede zijn drugsgebruikers.
11. Mensen in armoede rijden in hun auto naar de voedselbank, het OCMW ...
12. Mensen in armoede roken, zuipen, zijn gokverslaafd.
13. Mensen in armoede doen hun boodschappen bij Delhaize of Albert Heijn, i.p.v. de Aldi / Lidl.
14. Ouders die hun kinderen niet eens fatsoenlijk financieel kunnen verzorgen, zijn “onverantwoordelijk” en dus moeten de kinderen onder toezicht van jeugdzorg kunnen worden gesteld.
15. Gezinnen in armoede gaan chaotisch met de tijd om.
16. Gezinnen in armoede maken geen plannen.

'Armoede is een grote vijand van het menselijk geluk; zij vernietigt de vrijheid en maakt het uitoefenen van sommige deugden onmogelijk.' Aan het woord is de Britse letterkundige Samuel Johnson. In 1782. In tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten begreep hij dat armoede geen fundamenteel karaktergebrek is.
We kunnen mensen die in armoede leven niet volledig verantwoordelijk stellen voor hun eigen welzijn en voor de manier waarop ze met hun lot omgaan. Armoede is niet louter een kwestie van het individu, maar het is meer te vinden in sociale ongelijkheid en economische onrechtvaardigheid.

De vraag is niet waarom ze in armoede leven en of ze er zelf schuld aan hebben. De vraag is hoe we hen kunnen helpen. Daarom ondersteunt BiJeVa vrouwen, mannen, kinderen, zoals u en ik, die op de een of andere manier in die situatie beland zijn.

  • 1Bijzondere
  • 2inschakeling
  • 3Jeugdhulp
  • 4Vrijtijdsaanbod
Page 1 of 4

AANKONDIGINGEN / ACTIES

  • Ambassadrice BiJeVa:
  • Slongs Dievanongs
  •  
  • Koning kwam op bezoek
    13 Juli 2016
  •  
  • VISJES DAG 22 Mei 2016
  •  
  • Voor Pro Hulpverleners
  •  
  • Interview: Anny De Windt bezielster v/h Achter de voordeur-project ‘BiJeVa’
  • BiJeVa Onafhankelijke
    vrijwilligersvereniging die
  • - kinderarmoede gezicht geeft
    - isolement doorbreekt
    - haar aanpak verspreidt
    - samenredzaamheid versterkt
  • Donatie
  • Sponsoring